Ben ik hooggevoelig of hoogsensitief?

De wetenschap maakt onderscheid, maar helpt dat Hooggevoeligheid en hoogsensitiviteit – de woorden worden vaak door elkaar gebruikt.

Veel mensen denken dat ze dezelfde betekenis hebben, maar volgens wetenschappers is dat beslist niet zo. Schieten we iets op met twee verschillende definities, of maakt de wetenschap de verwarring alleen maar groter?

Wetenschappers die zich met hoogsensitiviteit bezighouden (onder andere aan de Vrije Universiteit Brussel en de Universiteit Leuven) gebruiken bewust de term hoogsensitief, waar wij spreken van hooggevoeligheid. Het verschil is volgens hen dit: hooggevoeligheid is een mogelijk gevólg van hoogsensitiviteit. Het is een overprikkeling, een stressreactie die voort kan komen uit hoogsensitiviteit. Maar hooggevoeligheid kan zich ook aandienen zonder dat je hoogsensitief bent. Door een traumatische gebeurtenis (zoals een auto-ongeluk) kun je hooggevoelig worden voor licht, harde geluiden of mensenmassa’s. Dat heeft niet per se iets te maken met hoogsensitiviteit. Volgens deze theorie zouden hoogsensitieve mensen dus niet altijd hooggevoelig hoeven zijn. Deze groep valt dus ook minder op, omdat ze weinig last hebben van stress en/of overprikkeling, of geleerd hebben ermee om te gaan.

Wat moeten we hiermee?
Persoonlijk vind ik deze verschillende betekenissen verwarrend en ongewenst. Hooggevoeligheid wordt volgens deze definitie gelijkgetrokken met óvergevoeligheid – en dat is voor mij wezenlijk anders. Daarbij begon de term hooggevoeligheid net zo lekker ingeburgerd te raken… En daar was ik juist zo blij om. Moeten we nu ineens het woord hoogsensitief gaan gebruiken? Of een verschil in gaan maken? Ik denk het niet. Volgens Wikipedia zijn hoogsensitiviteit en hooggevoeligheid gewoon hetzelfde, en de Nederlandse Encyclopedie denkt er net zo over. Laten we het dus niet ingewikkelder maken! Ik hou het voorlopig gewoon bij de term hooggevoeligheid.

Kracht
Laten we vooral ook niet vergeten waar het eigenlijk om gaat: wat écht telt, is dat hooggevoeligheid er mag zijn. Dat er steeds meer onderzoek naar wordt gedaan, is prachtig! Dat het steeds meer erkenning krijgt, helpt heel veel mensen bij het accepteren van hun bijzondere kracht en het verlaagt de drempel voor het vragen van hulp als dat nodig is – zowel als in het reguliere circuit als daarbuiten. Dát helpt!

Jan Hogema